ADVERTISEMENT
ADVERTISEMENT
ADVERTISEMENT

Ze belde me midden in de nacht: ik heb mijn nichtje gered uit de hel.

Ik nam haar mee naar een restaurant dat de hele nacht open was. Ik zag haar eten als een uitgehongerd kind: pannenkoeken, eieren, sinaasappelsap. Daarna bracht ik haar naar huis en gaf haar een warm bad. Onder het water zag ik de blauwe plekken: oude, nieuwe, vingerafdrukken op haar armen.

Ik fotografeerde alles. Als verpleegkundige wist ik wat ik moest vastleggen.

Die nacht viel ze in slaap in mijn bed, met een oude teddybeer in haar armen. Ik heb geen oog dichtgedaan. Ik belde een advocaat, mijn leidinggevende, en toen begon ik een plan te maken. Om haar voogd te worden. Om haar een echt thuis te geven.

De dagen erna waren hectisch: medische noodgevallen, meldingen bij de kinderbescherming, interviews, formulieren, onderzoeken. De artsen spraken van ondervoeding en ernstige verwaarlozing. De maatschappelijk werker was duidelijk: het was een overduidelijk geval.

Mijn ouders hebben eindelijk ingestemd met het afstaan ​​van de voogdij. Geen excuses. Geen spijt. Gewoon opgelucht.

De rechter kende me eerst de voorlopige voogdij toe, daarna de volledige voogdij. Er werd een contactverbod uitgevaardigd. Maya zou daar nooit meer terugkeren.

We verhuisden naar een groter appartement. Ze mocht zelf de kleur van haar kamer kiezen. Haar kasteelvormige bed. Haar lakens met sterren. Voor het eerst mocht ze aanraken, spelen en geluid maken.

De therapie begon. Langzaam maar zeker glimlachte ze weer. De nachtmerries werden minder. Ze ging bij een voetbalteam en daarna op pianoles. Ze groeide, kwam aan in gewicht en herwon haar zelfvertrouwen.

Op een dag noemde ze me ‘mama’.

Ik heb het nooit gecorrigeerd.

Als je wilt doorgaan, klik op de knop onder de advertentie ⤵️

Advertentie
ADVERTISEMENT

Laisser un commentaire