Wat mijn moeder toen deed, had niemand zien aankomen
Mijn moeder is geen luid persoon. Ze houdt niet van drama. Ze schreeuwt niet, ze slaat niet met deuren. Maar ze heeft een soort kalme autoriteit die zwaarder weegt dan boosheid.
Ze keek naar de rekening. Ze keek naar de lege stoelen. Ze keek naar de ober.
En toen glimlachte ze.
Ze riep de ober en zei: “Ik neem nog een tiramisu, alstublieft. En een espresso. En kunt u de manager even vragen?”
De ober knikte meteen, waarschijnlijk gewend aan moeilijke situaties. Mijn moeder bleef gewoon zitten alsof ze alle tijd van de wereld had. Alsof dit haar avond niet kon verpesten.
En toen kwam de manager.
Toen gebeurde iets dat niemand had kunnen plannen. De manager keek mijn moeder aan en zijn gezicht veranderde.
“Mevrouw?” zei hij verbaasd. “Bent u… bent u het echt?”
Mijn moeder keek hem aan, fronste even en toen herkende ze hem.
Hij was ooit haar leerling geweest, lang geleden, toen zij nog lesgaf op een basisschool. Hij vertelde dat hij haar naam nooit was vergeten, omdat zij de enige lerares was die hem destijds had geholpen toen hij het moeilijk had.
Ze praatten een paar minuten. Vriendelijk. Warm. De ober zette de tiramisu neer, alsof dit een normale scène was.