Mijn moeder lachte zacht. Niet spottend, maar geruststellend.
“Lieverd,” zei ze, “ik begrijp wat je bedoelt. Maar ik red mezelf wel. Maak je geen zorgen. Als ze mij uitnodigen, dan ga ik ervan uit dat het netjes gaat. En als het niet netjes gaat, dan handel ik daarnaar.”
Ze klonk zo rustig dat ik bijna mijn eigen angst belachelijk vond. Maar ergens voelde ik ook: mijn moeder is niet iemand die zich laat uitbuiten.
Een avond die precies liep zoals ik had gevreesd
Later die avond stuurde mijn moeder me een kort bericht: “We zitten aan tafel. Alles gaat prima. Mooie plek.”
Ik probeerde mezelf te kalmeren. Misschien was ik te achterdochtig. Misschien deden ze dit keer echt iets moois.
Maar een paar uur later kwam er nog een bericht. Korter. Droger.
“De rekening komt eraan.”
Mijn hart sloeg over.
De volgende ochtend vertelde mijn moeder alles in detail. En elke zin voelde als een bevestiging van wat ik al wist.
Ze zei dat mijn schoonouders zich die avond gedroegen alsof ze in een film zaten. Ze bestelden de duurste wijn, niet één fles, maar meerdere. Ze namen voorgerechten die ze “even wilden proeven”, maar die amper werden gedeeld. Ze kozen visgerechten die per portie al belachelijk duur waren, en bestelden er bijgerechten naast alsof het vanzelfsprekend was.