Toen ik naar haar kleine huisje ging om te helpen met opruimen, verstijfde ik op het moment dat ik haar keuken binnenstapte.
Op tafel stonden tientallen kleine geschenkdoosjes, netjes in rijen gerangschikt. Aan elk doosje zat een klein gouden lintje en een naamkaartje – die van mij, mijn ouders, mijn neven en nichten, zelfs die van mijn oom die haar al jaren niet had bezocht.
In elk doosje zat iets kleins maar heel persoonlijks: een aandenken, een foto, een kort briefje in haar handschrift.
En plotseling begreep ik het.

Dat geld was niet voor haar. Het was haar laatste geschenk aan ons – haar manier om afscheid te nemen.
Ik ging zitten, trillend, en las het briefje dat ze erop had gelegd: ‘Ik had het geld niet voor mezelf nodig.’