Waarom “meer” niet altijd beter is en hoe je supplementen veilig gebruikt
Voedingssupplementen zijn de afgelopen jaren enorm populair geworden. Veel mensen nemen dagelijks pillen, capsules of druppels “voor de zekerheid”: om het immuunsysteem te ondersteunen, meer energie te hebben, beter te slapen of tekorten te voorkomen. Het lijkt onschuldig, omdat supplementen meestal zonder recept verkrijgbaar zijn en vaak worden gepresenteerd als natuurlijke hulpmiddelen.
Toch waarschuwen artsen steeds vaker dat supplementen niet automatisch veilig zijn, vooral niet bij hoge doseringen of langdurig gebruik. Sommige vitamines en mineralen kunnen zich in het lichaam ophopen, andere kunnen de opname van belangrijke voedingsstoffen blokkeren, en sommige kunnen bijwerkingen veroorzaken die mensen pas laat herkennen.
Een neuroloog, dokter Baibing Chen (online bekend als Dr. Bing), bracht daarom een duidelijke waarschuwing naar buiten: bij drie specifieke supplementen ziet hij regelmatig problemen wanneer mensen ze te vaak of te hoog doseren. Het gaat om vitamine D, vitamine A en zink.
Zijn boodschap is simpel maar belangrijk: supplementen zijn geen snoepjes. Ze hebben effecten in het lichaam, en die effecten kunnen bij verkeerd gebruik schade veroorzaken.
Belangrijke opmerking: deze tekst is informatief en vervangt geen medisch advies. Wie supplementen gebruikt en klachten heeft of twijfelt over doseringen, doet er goed aan een arts of apotheker te raadplegen.
Waarom supplementen in theorie helpen, maar in de praktijk soms misgaan
Veel supplementen zijn bedoeld om tekorten aan te vullen. Dat kan nuttig zijn bij:
Veel supplementen zijn bedoeld om tekorten aan te vullen. Dat kan nuttig zijn bij:
-
bewezen vitamine- of mineralentekorten
-
zwangere vrouwen (bijvoorbeeld foliumzuur)
-
mensen met beperkte zonblootstelling (vitamine D)
-
bepaalde aandoeningen of medicatie die opname verminderen
-
oudere mensen met risico op tekorten
Het probleem ontstaat wanneer mensen denken: “Als een beetje goed is, dan is meer beter.” Dit is precies wat bij sommige stoffen niet klopt. Het menselijk lichaam heeft een bepaalde grens nodig. Alles daarboven kan onnodig zijn of zelfs schadelijk.
Bij sommige vitamines kun je overschotten uitplassen (wateroplosbare vitamines zoals vitamine C), maar bij vetoplosbare vitamines (zoals A en D) is het verhaal anders: die kunnen opgeslagen worden en zich ophopen.
Ook mineralen zoals zink kunnen uit balans raken: een hoge inname van het ene mineraal kan de opname van het andere blokkeren, waardoor tekorten ontstaan.
Supplement 1: Vitamine D – nuttig, maar risicovol bij hoge doseringen
Vitamine D is bij veel mensen bekend als “de zonvitamine”. Het speelt een belangrijke rol in: