De moeder bleef een paar seconden stil. Ze keek om zich heen, zoekend. Haar ogen gingen langs de tafels, langs de mensen. Alsof ze probeerde te begrijpen wie het had gedaan. Alsof ze wilde weten waar ze moest bedanken, maar tegelijk niet wist of ze dat wel mocht.
Toen zag ik iets in haar gezicht dat me bijbleef.
Ze glimlachte ook.
Maar haar glimlach was anders: niet uitbundig, niet luid, maar zacht en gebroken op een manier die je alleen ziet wanneer iemand al heel lang geen ruimte heeft gehad voor opluchting.
Ze legde haar hand op de rug van haar dochter en streek even over haar haar, alsof ze haar wilde beschermen tegen het leven dat te vroeg te zwaar was geworden.
Wat één klein gebaar kan doen
Het meisje begon te eten alsof de wereld even vriendelijk was. Ze praatte, ze wees naar het speeltje, ze maakte er een verhaaltje bij. En haar moeder keek naar haar zoals moeders kijken wanneer ze even adem kunnen halen.
Ik zag hoe haar schouders omlaag zakten. Hoe ze eindelijk ontspande. Niet omdat haar problemen opgelost waren, maar omdat er voor één moment iets was gebeurd dat haar eraan herinnerde dat ze niet volledig onzichtbaar was.