Elk jaar, zonder uitzondering, keek ik op mijn verjaardag naar dezelfde tafel. Drie borden. Drie glazen. Drie stoelen. Eén daarvan bleef altijd leeg. De stoel van Karen. Ik probeerde mezelf wijs te maken dat het niet meer pijn deed, dat ik eraan gewend was, maar elke verjaardag voelde als een stille herinnering aan alles wat ik had verloren.
Dit jaar werd ik 47. Terwijl mijn man tegenover me zat en probeerde een gesprek op gang te houden, dwaalden mijn gedachten af. Ik dacht aan de keren dat Karen als klein meisje op diezelfde stoel had gezeten, met kruimels op haar wangen en een brede glimlach. Ze lachte altijd het hardst, blies altijd als eerste de kaarsjes uit. Nu was er alleen stilte.
Het enige wat ik dit jaar wilde, was dat ze zou komen. Geen cadeaus, geen taart, geen feest. Alleen haar. Maar de dag ging voorbij zoals alle andere. Geen bericht. Geen telefoontje. Niets.