
Hij sprak niet luid. Dat hoefde ook niet.
Hij was het type man waar je niet een tweede blik op wierp – niet omdat hij lelijk was, maar omdat een instinct hem zei: zoek geen problemen.
Hij droeg een donkere jas, de regen stroomde langs zijn schouders. Zijn gezichtsuitdrukking was ondoorgrondelijk, gevormd door dezelfde kilte als de horizon buiten.
Twee mannen in pak volgden hem op enkele stappen, bewegend als schaduwen die schoenen hadden leren dragen.

Maar de spanning in de kamer werd niet veroorzaakt door Damian.