Na een lange, vermoeiende dag — zo’n dag waarop alles net iets te veel is, en zelfs de kleinste dingen je energie lijken op te slokken — besloot ik nog even langs McDonald’s te gaan. Niet omdat ik er zo’n zin in had, maar omdat ik hoopte dat een snelle maaltijd me tenminste één ding zou geven: rust.
Binnen was het warm. De vertrouwde geur van friet, gesmolten kaas en geroosterde broodjes hing in de lucht. Het geroezemoes van gesprekken, het zachte gepiep van de frituur, het ritmische roepen van bestelnummers… alles voelde vreemd geruststellend. Het was een plek waar mensen kwamen om even niets te hoeven, om simpelweg te eten, te praten, te lachen.
Ik stond bij de balie te wachten en liet mijn blik dwalen door de ruimte. Aan een tafel zat een vader met twee kinderen, die om de beurt in hun kipnuggets doopten alsof het een serieuze wedstrijd was. Aan een andere tafel schaterde een groep tieners om iets op een telefoon. En verderop zat een ouder stel langzaam te eten, dicht bij elkaar, alsof ze niet eens woorden nodig hadden.
Ik dacht: misschien werkt dit wel. Misschien is het precies wat ik nodig heb. Even iets warms, iets simpels, iets dat nergens om vraagt.
En toen ging de deur open.
Een moeder en een meisje
Een vrouw stapte binnen met een klein meisje van een jaar of zes, misschien zeven. Het kind hield de hand van haar moeder stevig vast, alsof ze bang was om in de drukte te verdwijnen. Haar haar was in twee rommelige vlechten gebonden en er waren een paar losse plukjes die in haar gezicht vielen. Het meisje keek niet naar de mensen om haar heen. Haar ogen waren gericht op de menukaart, vol kleur en beloftes.
Hun kleren waren schoon, maar duidelijk versleten. De jas van de moeder was dun, alsof hij al meerdere winters had moeten overleven. Het meisje droeg afgetrapte sneakers die ooit wit waren geweest, maar nu meer grijs dan iets anders. Er zat niets dramatisch aan hun verschijning — geen zichtbare ellende, geen bedelende handen — maar toch was het overduidelijk: dit waren mensen die altijd moesten kiezen.
Ik zag hoe de moeder even stilhield bij de ingang, alsof ze de moed verzamelde om naar de balie te lopen. Ze boog zich naar het meisje toe en fluisterde iets. Het kind knikte gretig, alsof ze een afspraak maakten: we houden het simpel, we vragen niet te veel, we doen alsof het genoeg is.