Ondertussen zegevierde het recht: Jessica en haar ouders werden veroordeeld tot lange gevangenisstraffen, waarmee een einde kwam aan hun vastgoedfraude. De buurt van Martha, die ooit bedreigd werd, keerde terug naar de rust; buren sloegen de handen ineen om de meest kwetsbaren te beschermen.
Thuis verliep het herstelproces geleidelijk. De gordijnen kregen hun kleur terug, de rozen bloeiden weer en het huis werd gevuld met een nieuw licht. Diane, die er altijd voor haar was, hielp haar de bladzijde om te slaan. Samen transformeerden ze de littekens van deze ervaring uit het verleden in een kracht ter preventie: Martha besloot de stichting die haar man had opgericht uit te breiden met een programma voor juridische bijstand en bewustwording voor oudere slachtoffers van fraude.
Deze missie wordt zijn wedergeboorte. Wat een beproeving was, verandert in een verbintenis. De wonden uit het verleden verdwijnen niet, maar ze vormen nu de contouren van een bewuster en betekenisvoller leven.
Op een lenteavond zit Martha op de veranda en kijkt ze naar haar bloeiende tuin. Ze denkt aan William, haar zoon, aan alles wat ze verloren en weer teruggevonden heeft. En in het gefluister van de wind meent ze die woorden nog steeds te horen:
« Genezing gaat niet over het uitwissen van de wond, maar over het vinden van betekenis in het litteken. »