Ik hield ze dicht tegen me aan, huid tegen huid, zoals ik eerder had gedaan. Ik neuriede een wiegelied, hetzelfde als ik voor mijn zoon zong. En toen, bijna miraculeus, viel de kalmte. De lichamen ontspanden, het huilen stopte. Ze vielen in slaap.
De stilte was onwerkelijk, een moment van absolute rust.
Een verontrustende reactie
Dit moment van rust werd bruut onderbroken door de komst van de dokter. Zijn blik werd harder toen hij me zag. Ze pakte meteen een van de baby’s op en zei dat deze rust niets betekende. Zijn toon was koud, bijna agressief. Ik werd gevraagd om naar buiten te gaan.
Maar er klopte iets niet.
In de dagen daarna herhaalde hetzelfde patroon zich. Toen ik voor de tweeling zorgde, gingen ze beter. Na het doktersbezoek leek hun toestand te verslechteren. Zelfs de huishoudster, die er al jaren was, fluisterde uiteindelijk dat « het niet normaal was ».
De waarheid komt uiteindelijk aan het licht
Op een avond veranderde een ogenschijnlijk onschuldig detail alles: een vergeten flesje, verontrustende inscripties. Uit instinct waarschuwde ik Thomas. De gebeurtenissen volgden elkaar vervolgens heel snel op. Andere zorgprofessionals grepen in, en de waarheid kwam aan het licht: de zorg was onvoldoende en de toestand van de baby’s was ernstig verslechterd.