‘Wij wilden het,’ antwoordde Keaton.
Vanaf dat moment kwamen ze twee keer per week. Wat begon als hulp, groeide uit tot vriendschap. Bernard werd iemand die ze graag wilden zien. Ze praatten urenlang. Hij deelde levenslessen – niet over zijn verleden, maar over wat er echt toe deed.
‘Een goed mens doet het juiste als anderen toekijken,’ vertelde hij hen op een middag. ‘Een groot mens doet het als niemand kijkt.’
Ze repareerden lekkages, vervingen gescheurde zeilen en luisterden naar zijn verhalen over vriendelijkheid, verlies en het kiezen van mensen boven geld. Langzaam werd hij de grootvader die geen van beide jongens ooit had gekend.
Op een lentemiddag klopten ze aan – en niemand deed open.
De caravan was niet op slot. Leeg. Bernard was weg.