Bereid het deeg:
Klop in een slakom 1 ei met een snufje zout, 8 g vanillesuiker en 50 g suiker tot alles goed gemengd is.
Voeg 2 eetlepels melk en 50 g gesmolten boter toe; goed mengen.
Voeg geleidelijk 250 g bloem en 4 g bakpoeder toe en roer tot er een zacht deeg ontstaat.
Extra uitleg bij deze stap:
Klop het ei en de suikers goed door elkaar zodat de suiker zich gelijkmatig verdeelt. Dit zorgt ervoor dat het deeg later overal dezelfde zoetheid heeft. Het snufje zout lijkt klein, maar het is belangrijk: zout versterkt namelijk de zoete smaken en zorgt dat het geheel niet vlak smaakt.
Wanneer je melk en gesmolten boter toevoegt, meng je de natte basis. Voeg daarna het meel geleidelijk toe, omdat je zo beter kunt controleren hoe het deeg wordt. Het deeg moet zacht en soepel zijn, maar niet plakkerig. Als het toch wat te nat aanvoelt, kun je een klein beetje extra meel toevoegen, maar doe dit voorzichtig zodat het deeg niet te droog wordt.