De tranen vielen op het papier. Het deed pijn om te lezen wat ik al die jaren had gemist, maar het gaf me ook kracht. Ik wist dat ik geen moment meer mocht verspillen.
Diezelfde avond pakte ik een koffer. Ik liet alles achter wat me tegenhield. De afstand die tijd en misverstanden hadden opgebouwd, zou ik zelf overbruggen. De rit voelde eindeloos, maar elke kilometer bracht me dichter bij haar.
Toen ik eindelijk voor haar deur stond, durfde ik even niet te bewegen. Mijn hand hing in de lucht, klaar om te kloppen. Maar voordat ik dat kon doen, ging de deur open. Daar stond ze.
Ouder. Rustiger. Haar gezicht had sporen van volwassenheid, maar haar ogen… die waren nog steeds die van mijn kleine meisje. We zeiden geen woord. Ze sloeg haar armen om me heen en ik deed hetzelfde. Ik voelde hoe jaren van verdriet, schuld en stilte langzaam wegsmolten.